1. Seroma
Een seroma is een ophoping van vocht, ook wel serositeit genoemd, in een holte in het weefsel.
Bij liposuctie blijven er ruimtes achter in het weefsel waar het vet is verwijderd. Soms, als deze ruimtes in de eerste dagen niet goed sluiten, ontstaat er een pocket die zich met vocht vult. Dit is anders dan de normale zwelling die je na de operatie ervaart, want die is verspreid over het weefsel.
Hoe herken je een seroma?
Als je zachtjes op de plek tikt, voelt het alsof je op een waterbed of warmwaterkruik tikt. Je ziet golven van vocht onder de huid. Bij een grote seroma voelt het alsof het water onder je huid beweegt.
Wat te doen?
Ga terug naar je chirurg of vraag je postoperatieve MLD-therapeut om advies.
Als het vocht moet worden afgezogen, laat dit altijd door een medisch professional doen, en niet door iemand die de incisie openmaakt en het vocht eruit duwt. Dit kan namelijk een infectierisico veroorzaken.
2. Infectie
Infecties komen minder vaak voor na liposuctie dan bij operaties met grotere incisies, zoals een buikwandcorrectie of borstverkleining.
Maar wanneer de huid is doorbroken, is er altijd een risico op infectie.
Symptomen van infectie:
-
De huid voelt warmer aan dan de omgeving
-
Roodheid
-
Pijn die kan toenemen
Wat te doen?
Neem contact op met je arts of chirurg. Zij kunnen medicatie voorschrijven die de infectie snel behandelt.
3. Lipo-burns (verbranding)
Helaas komen lipo-burns steeds vaker voor door agressievere liposuctietechnieken, bijvoorbeeld het verwijderen van te veel vet of te dicht langs de huidoppervlakte werken.
Sommige liposuctieapparaten produceren energie/warmte in het weefsel. Als de chirurg te lang bezig is of te dicht bij de huid werkt, kan een oppervlakkige verbranding ontstaan.
Risicofactoren:
-
Slecht passende compressiekleding (Faja)
-
Gelijktijdige huidverstrakkingsprocedures
Wat te doen?
Ga onmiddellijk naar je arts of chirurg. Zij weten hoe ze de brandwond kunnen behandelen zodat je geen lelijk litteken overhoudt.
4. Necrose
Necrose kan ontstaan na een wondinfectie, wonddehiscentie of lipo-burn.
Het wordt veroorzaakt door gebrek aan zuurstof in het weefsel en is zichtbaar doordat het aangedane weefsel zwart kleurt.
Wat te doen?
Ga bij vermoedens van necrose of een brandwond direct naar een wondverpleegkundige specialist. Zij weten precies wat te doen om problematische littekens te voorkomen.
5. Fibrose
Fibrose is, net als lipo-burns, een steeds vaker voorkomend postoperatief probleem.
Het komt vaak voor na VASER-liposuctie, bijvoorbeeld bij een BBL. Helaas wordt VASER soms verkeerd gebruikt bij patiënten voor wie het niet geschikt is.
Factoren die bijdragen aan fibrose:
-
Type liposuctie
-
Verkeerd gedragen compressiekleding (te strak of te los)
-
Slechte leefstijl voor de operatie
-
Roken en alcoholgebruik
-
Te veel of te weinig beweging na de operatie
Fibrose wordt meestal merkbaar 3–4 weken na de operatie.
Belangrijk: geen agressieve massages, body contouring of andere diepe behandelingen in deze fase. Je lichaam moet zijn natuurlijke genezingsproces doorlopen. Postoperatieve MLD is wel toegestaan.
Wat te doen bij fibrose:
-
Laat je lichaam rustig genezen
-
Regelmatige manuele lymfedrainage bij een ervaren therapeut
-
Draag een goed passende compressiekleding met op maat gemaakte foam indien nodig
Hoe kun je deze complicaties voorkomen?
Het is vrij eenvoudig: zorg dat je lichaam en geest in de best mogelijke conditie zijn voor en na je operatie.
Tips:
-
Verbeter je leefstijl minimaal 3 maanden van tevoren (bij voorkeur 6 maanden)
-
Eet gezond, inclusief eiwitten, koolhydraten en gezonde vetten
-
Drink voldoende water
-
Zorg voor goede nachtrust
-
Vermijd bewerkte voeding, veel zout en suiker
-
Beperk cafeïne en koolzuurhoudende dranken
-
Verminder stress (dagelijkse meditatie of ontspanningstechnieken)
-
Plan postoperatieve lymfedrainage afspraken van tevoren
Hoewel je het risico op complicaties nooit volledig kunt wegnemen, vergroot een gezonde leefstijl en goede voorbereiding de kans op een vlot herstel en een optimaal resultaat.
